Geschiedkundig Overzicht
van Energetische Geneeskunde.
De oudste medische teksten dateren
alle rond 2000 voor Christus.
- Het Chinese boek van de
Gele Keizer: gebruik van acupunctuur en moxa.
- De Hinduistische Vedas.
- De Egyptische Kahun Papyrus.
Ze gebruiken alle natuurlijke magneten
als therapie. Er wordt vaak over energetische stroom gesproken,
die zich zowel in het lichaam als in de natuur voordoet
en die ze op een of andere manier manipuleren tot verbetering
van de gezondheid. Vier eeuwen
voor Christus schreef Hippocrates in
Griekeland:
"Ziekte
is niet een levend wezen, maar een voorbijgaande conditie
van de zieke, een gevecht tussen de ziekte en de natuurlijke
genezingskracht van het lichaam". Hij geloofde
dat een levensgeest, zetelend in het hart, verantwoordelijk
was voor het leven, werkzaam langs vier vochten; Bloed,
Phlegma, Gele gal en Zwarte gal. Deze levensgeest had
veel gemeen met de chinese Chi, werkzaam door Yin en
Yang energie. Hij schreef ook: "Ziekten die door
kruiden niet kunnen geheeld worden, kunnen door ijzer
geheeld, wat niet door ijzer kan genezen, kan door vuur
genezen en wat niet door vuur kan genezen, moet als
ongeneeslijk worden aanzien". Met ijzer bedoelde
hij magneten en met vuur werd moxa beschouwd. De levensgeest
drukt zich uit in een evenwichtige energiestroom, manipuleerbaar
door natuurlijke krachten; Kruiden, Magnetisme en Warmte.
Zijn leuze: "Pimum nihil nocere" (Vooral niets
beschadigen) typeert een nederig man, bewust dat hij
weinig wist.
Daarom stichtte hij verscheidene medische scholen, waaronder
de Aesculapia van Alexandrië, waar twee honderd
jaar later Erasistratos afstudeerde,
die de eerste zou zijn om, op wetenschappelijke manier,
het menselijk lichaam open te snijden. Hij ontdekte
bewegings-en gevoelszenuwen, die naar de hersenen voerden
en beschouwde daarom de hersenen als de zetel van de
ziel. Het hart was volgens hem slechts een pomp voor
het bloed. Ook hij was een vitalist, die de levensgeest
Pneuma noemde. Zijn beschouwingen waren meestal correct
en indien zijn ideëen meer invloed hadden gehad,
dan zou de biologische kennis in de wereld een veel
snellere vlucht hebben gekend.
Helaas
kreeg een zekere Galenus rond 150 na
Christus een diploma van de Aesculapia van Pergamon.
Hij was de antipode van Hippocrates, arrogant, overtuigd
van zijn gelijk, en zelfs tot bedrog bereid om zijn
doel te bereiken. Hij was de eerste promotor van het
aantrekkelijk idee, dat er voor iedere ziekte een enkele
oorzaak en behandeling bestond. Zijn boek, waarin hij
zowel anatomie, physiologie als therapie beschrijft
zal ten onrechte de geneeskunde beheersen gedurende
1500 jaar. Hij betwistte de experimenten van Erasistratos
door pure testvervalsingen en bracht het zover, dat
alle geschriften van Erasistratos werden verbrand. Het
humanisme van Hippocrates en het logisch empirisme van
Erasistratos werden verdrongen door het autoritair dogmatisch
rationalisme van Galenus, die de Westerse geneeskunde
in duistere eeuwen zou storten.
Theophrastus
Bombastus von Hohenheim, bijgenaamd Paracelcus,
nam het eindelijk op tegen de gevierde bedrieger Galenus
in de eerste helft van de 16e eeuw. Hij studeerde aan
ongeveer alle universiteiten van zijn tijd en verbrandde
Galenus’ boeken openbaar. Zijn leuze: "Kennis
is ervaring" betekende de heropleving van de empirische
visie. Hij gebruikte magneten en ook de levensgeest-theorie
werd in eer hersteld. Hij huldigde de holistische kijk
op de mens, als zijnde meer dan de som van alle organen.
Zijn boeken hebben enorme invloed gehad op de westerse
geneeskunde en samen met zijn beroemde uitspraak: "Sola
dosis facet venenum" (Alleen de dosis maakt de
giftigheid uit) heeft hij ook de basis gelegd voor het
homeopathisch princiep van Hahnemann.
Met de anatomische kennis van Andreas
Vesalius werden de misvattingen van Galenus
nog duidelijker en kreeg men meer greep op de natuurlijke
krachten van magnetisme en electriciteit. Meer en meer
tekenden zich in de westerse geneeskunde nu twee tendenzen
af. Het mechanisme (Galenus) tegenover
het vitalisme (Hippocrates) Het rationalisme
(Descartes) tegenover het empirisme
(Hahnemann)
Toen Otto Lowei in 1921
bewees, dat de zenuwimpuls werd overgedragen langs chemische
weg en toen Paul Ehrlich een chemisch
middel vond tegen syphilis, dat hij een magische kogel
noemde, toen achtte men het vitalisme dood en het ontdekken
van een chemische kogel voor iedere ziekte was maar
een kwestie van tijd. Het rationalisme
met zijn chemisch-mechanisch model
werd als enige juiste weg aanzien en elk organisme was
slechts de som van een aantal structuren, geintegreerd
door het centraal zenuwstelsel. In dat systeem paste
geen magnetisme noch electriciteit en gezien die krachten
in de natuur bestonden, werden ze alleen schadelijk
geacht, indien ze hitte of shock veroorzaakten (bliksem)
anders hadden ze geen enkel lichamelijk effect.
Met de wereldoorlogen kreeg de farmaceutische
industrie zoveel macht, dat de officiele rationalistische
geneeskunde werd herleid tot de vertegenwoordiger van
deze industrie. Alle medische informatie is nu in handen
van en wordt gefinancierd door deze industrie.
Electromagnetisme werd meer en meer toegepast in technologiën
om het dagelijks leven te vergemakkelijken, in de overtuiging
dat het geen enkel biologisch schade effect kon hebben.

|